De Junta Pro-Desocupados (Werkloosheidsraad, opgericht 1931) in Lima, Peru, geloofde dat adequate huisvesting van arbeiders hun strijdbaarheid zou doen verminderen. Een door de Junta bedacht nieuwbouwproject kwam in augustus 1931 gereed. Op het terrein waar vroeger het abattoir stond waren nu zes woninkjes en 49 appartementjes verrezen. Zo'n 1400 bouwvakkers hadden emplooi gevonden bij de totstandkoming van dit alles. De junta toonde zich zeer ingenomen met de kwaliteit van de bouwmaterialen (Amerikaans grenen en baksteen) en de ruime voorradigheid van lucht en licht. Nieuwe huurders werden gekozen uit het segment 'leden van de werkende klasse met eerzame reputatie'. Hoewel de junta nog tien jaar actief bleef, werd het arbeidershuisvestingsproject niet vervolgd. Deze nalatigheid werd een heet hangijzer in de politiek van die dagen.
Uit Paulo Drinot, The Allure of Labor. Workers, Race, and the Making of the Peruvian State (2011)