Van 1 t/m 9 oktober organiseert het IISG een kleine tentoonstelling over de Indonesische massaslachtingen van 1965-1966. De expositie toont verslagen, boeken en memoires uit de IISG-collectie met betrekking tot deze nog altijd door taboes omgeven gebeurtenis, waarin honderdduizenden mensen de dood vonden. Aanleiding is de internationale conferentie 1965 Today: Living with the Indonesian Masscres die – in samenwerking met het IISG - door het NIOD en het KITLV wordt georganiseerd.
Militaire coup en massaslachting
Op avond van 30 september 1965, pleegden een aantal - naar men aanneemt - links georiënteerde legereenheden een coup in Jakarta en Centraal Java. Deze werd neergeslagen door troepen van de conservatieve anticommunistische generaal Suharto. Hij maakte van de gelegenheid gebruik om de macht te grijpen in Indonesië. Suharto zette de heersende president Sukarno op een zijspoor en begon , geholpen door de publieke opinie, met het vermoorden , vervolgen en gevangen zetten van de Indonesische links progressieve beweging en iedereen die daarmee geassocieerd werd.
Vooral de Indonesische Communistische partij (PKI) moest het ontgelden. Suharto beschuldigde met name deze partij van betrokkenheid bij en verantwoordelijkheid voor de coup.
De moordpartijen begonnen in oktober 1965, duurden bijna een half jaar en vonden vooral plaats op Oost en Centraal Java, Bali en Noord Sumatra. Ze werden georganiseerd door het Indonesische leger, maar vaak uitgevoerd door criminele bendes.
Precieze cijfers over het aantal slachtoffers zijn er niet, maar de schattingen lopen uiteen van 200.000 tot 1 miljoen doden. De gebeurtenissen van 1965 kregen recent meer bekendheid vanwege de documentaire The act of Killing van Joshua Oppenheimer en Christine Cynn.