
(bekend als Nienke van Hichtum en Troelstra-Bokma de Boer), schrijfster van kinderboeken en medewerkster van Het Volk, is geboren te Nes (gemeente West-Dongeradeel, Fr.) op 13 februari 1860 en overleden te Hilversum op 9 januari 1939. Zij was de dochter van Albertus Minderts Bokma de Boer, Nederlands-Hervormd predikant, en Dieuke Jans Klaasesz. Op 11 oktober 1888 trad zij in het huwelijk met Pieter Jelles Troelstra, advocaat en SDAP-politicus, met wie zij een dochter en een zoon kreeg. Dit huwelijk werd ontbonden op 27 december 1907.
Pseudoniemen: Nienke van Hichtum, Nynke fan Hichtum, Sietske, Sj.T., waarschijnlijk ook L. van Ankum.
Bokma de Boer was de jongste van de vijf dochters. Zij groeide op in een orthodox-hervormde streek, waar haar vader als vrijzinnig predikant jarenlang een moeilijk leven had onder de bevolking van behoudende vissers en liberale boeren. De vissers respecteerden de sociaalvoelende mens wel, maar verfoeiden de leer die hij bracht. In haar later werk gaf de schrijfster Nynke fan Hichtum vele jeugdherinneringen. Zij brak in 1890, tegelijk met haar man, met de kerk maar - zonder dit uitdrukkelijk te zeggen - niet met het geloof. Van beide ouders kreeg zij veel mee, van de vader, een groot verteller, 'die Lust zum fabulieren', van haar lichamelijk zwakke moeder een onverzettelijke wil en het vermogen tegenslagen te boven te komen. Het onderwijs op de dorpsschool moest noodzakelijk worden aangevuld, eerst thuis en later op de kostschool van dominee M.W. Scheltema te Dokkum, waar zij van 1875 tot 1879 verbleef. Op deze school bleek dat zij overgevoelig was, maar ook een groot verteltalent bezat. De remonstrantse predikant gaf haar de raad te gaan schrijven. Het romantische meisje wilde dit wel, maar veroverde slechts langzaam het nodige zelfvertrouwen.
Toen haar vader met emeritaat ging, verhuisden haar ouders in 1882 naar Brummen en later naar Renkum. Er bleef echter contact met Friesland. Zo leerde zij de Groningse juridische student P.J. Troelstra - 'Piet Troel' -kennen. Het kwam tot een verloving in 1885 en een huwelijk in 1888. Aan de achtergrond van dit huwelijk, waaruit kort na elkaar twee kinderen geboren werden, (Dieuwke in 1889 en Jelle in 1891) moet aandacht besteed worden, omdat de verwachtingen die de verloofden ervan hadden, veelzeggend zijn voor hun persoonlijkheden en ook wel iets verklaren van de literaire activiteiten van Bokma de Boer. Troelstra was als jongeman voor veel meisjes onweerstaanbaar en heeft daarvan ge- en misbruik gemaakt. Dit leidde ertoe, dat hij emotioneel vast kwam te zitten. Zowel bij hem als bij de dweepzieke, maar romantische Bokma de Boer moet sprake zijn geweest van een vlucht in het huwelijk. Bij Troelstra was er de onzekerheid over wat hij was en worden moest. Hij wilde een trouwe echtgenoot zijn in een verbond van geestelijk en moreel gelijkwaardige partners en hoopte bij zijn vrouw de 'nestwarmte' te vinden die hij door de vroege dood van zijn moeder en in de omgang met zijn strenge vader had moeten ontberen. De liefde van zijn jonge vrouw voor de literatuur sloot aan bij zijn droom een vooraanstaand Fries dichter te worden. Gesprekken over haar achtergrond kunnen ten grondslag hebben gelegen aan de opwelling predikant te worden, waarvan in 1887 sprake is geweest. De volksbeweging uit de jaren rond 1890 heeft hen beiden tot socialist gemaakt. Het huwelijk, dat beiden als onverbrekelijk beschouwden, moest hen vastheid en een levensdoel bieden. Van het begin af werkten ze samen. Nynke fan Hichtum leverde haar bijdragen (een kinderrubriek) aan het tijdschrift van haar man, For hûs en hiem (1888-1890) en hielp hem bij zijn correspondentie. Toch vroeg zij ook als getrouwde vrouw een zekere zelfstandigheid en ruimte voor haar eigen werk.
Toen haar man, wiens idealen Bokma de Boer volkomen deelde, zich volledig voor de socialistische beweging inzette en vaak van huis was, heeft de door twee bevallingen verzwakte vrouw, die thuis haar handen meer dan vol had, dit moeilijk kunnen verdragen. Zij kreeg een hartkwaal, waarmee zij haar leven lang, vooral in tijden van spanning bleef tobben. Als vrouw van een politicus, die haar man aan zich wilde binden en die pleitte voor een hecht gezinsleven, heeft Sjoukje het zeker in de armoejaren (1891-1897) heel moeilijk gehad. Door het schrijven van kinderboeken, onder meer over het leven van Eskimo's en Kaffervolkeren en door journalistiek werk heeft zij geprobeerd de gezinsinkomsten te vermeerderen. De moeder van een van haar eerste dienstboden, Hiltsje Feenstra, de Wargaaster arbeidersvrouw Harmke Feenstra, werd voor haar het ideaal: hoe moeilijk het ook is, een echte moeder zet zich met opofferende liefde volledig in voor man en kinderen. Toen haar eigen man in 1900 vanwege de Hogerhuis-affaire een maand in de gevangenis zat, schreef Nynke fan Hichtum Afke's Tiental, het boek over de Wargaaster familie Feenstra dat haar wereldfaam zou brengen. Dit boek, dat het landarbeidersleven uitbeeldt, kan moeilijk een socialistisch boek genoemd worden. De schrijfster verzette zich principieel tegen alle tendensliteratuur en zou dat blijven doen. Het boek ademt de sfeer van huiselijk geluk en opofferende liefde ondanks de armoede en het is misschien wel tekenend voor Bokma de Boers altijd romantisch gebleven gemoed, dat zij zich in een herdenkingsartikel in De Amsterdammer van 7 januari 1922 bij het overlijden van Harmke Feenstra afvroeg of men 'zoo arm zou moeten zijn, om zoo alles en alles te kunnen zijn voor je kinderen, om zoo absoluut jezelf te kunnen verloochenen met zoo'n opgeruimd gezicht, en je kinderen juist datgene te geven, wat ze noodig hebben, zonder ze te verwennen en - zonder zichzelf weg te cijferen?'
Bokma de Boer werkte mee aan Het Volk en liet, waar dat nodig was, duidelijk merken, waar zij stond: naast haar man in de SDAP. Zij kreeg het na 1900 steeds drukker, als recensente van jeugdliteratuur in Het Kind (vanaf 1903) en als adviseuse van uitgevers. Jarenlang hebben zij en haar man gepoogd de steeds wijder wordende kloof, die tussen hen ontstaan was, te overbruggen, ook in het belang van de opgroeiende kinderen voor wie de spanningen thuis niet goed waren. Dat moet een van de redenen geweest zijn, waarom zij hun kinderen naar 'Landerziehungsheime' stuurden. Een andere reden was de zwakke gezondheid van de moeder, die meerdere malen voor langere tijd in het buitenland verbleef om genezing te zoeken. Een derde reden zal ongetwijfeld het vertrouwen in de idealen van groepsopvoeding geweest zijn: ontplooiing van het individu en ontwikkeling van gemeenschapszin zoals aan de Landerziehungsheime ten grondslag lag. Hoewel beide ouders leden onder het gemis van hun kinderen, heeft dit gedeelde gevoel hen niet dichter bij elkaar gebracht. Toen, na de dood van zijn vader, Troelstra directeur van de verzekeringsmaatschappij Neerlandia was geworden (1906) en ook Bokma de Boers ouders waren overleden, liep het uiteindelijk op een scheiding (1907) uit, die geen van beide partijen noch de kinderen wilden en waar, aldus Troelstra, allen onder hebben geleden. De verhouding die intussen was ontstaan tussen Troelstra en de uit Drachten afkomstige Sjoukje Oosterbaan (1878-1964), die als hulp in de huishouding bij het gezin was komen wonen, werd twee maanden na de scheiding in een wettig huwelijk omgezet.
Met de wilskracht die zij van haar moeder had geërfd, is Bokma de Boer, die veel steun ontving van haar zoon Jelle, de crisis te boven gekomen. Zij legde zich toe op het verzamelen en navertellen van sprookjes, sagen, legenden en volksverhalen uit de wereldliteratuur en maakte ook buitenlandse kinderboeken als Winnie de Poeh, Robinson Crusoë en de werken van Ethel Turner door vertalingen in Nederland bekend. Pas aan het eind van haar leven, in 1932 en volgende jaren, toen zij al jarenlang te Hilversum woonde, heeft Bokma de Boer zich weer gewaagd aan oorspronkelijke jeugdboeken die in het Friesland rond haar geboorteplaats spelen. Geheel in overeenstemming met haar ideeën over het goede kinderboek werden haar vertelselboeken en ook haar oorspronkelijke werk geïllustreerd door de beste tekenaars van die tijd (Pol Dom, Rie Cramer, C. Jetses, Tj. Bottema). Bokma de Boer is steeds overtuigd lid van de SDAP gebleven. Zij werkte mee aan de Naar het licht-kalenders en had tot haar dood toe contact met een groep Hilversumse leden van de Arbeiders Jeugd Centrale. Behalve op het terrein van de jeugdliteratuur, waar zij lange tijd een autoriteit was, was zij niet strijdbaar. Aan de vrouwenstrijd had zij geen deel. Het was een teleurstelling dat het eerst niet mogelijk bleek haar 'Friese' boeken in het Fries te publiceren, maar zij mocht nog beleven dat Afke's Tiental in onder meer het Engels werd vertaald. Het huisje, waarin Marten en Afke in Warga hadden gewoond, is helaas afgebroken, maar in het dorp waar haar beroemdste boek speelde, staat wel een bronzen beeld van Afke met haar tiental, gemaakt door Suze Boschma-Berkhout, een monument óók voor de schrijfster.

Huwelijksakte van Troelstra/Bokma de Boer dd. 11 oktober 1888. Akte 36, akteplaats Renkum. Als bruid.
21-01-2025 (datum huwelijksontbinding gecorrigeerd, literatuur uitgebreid)